LIEFDESLIED
Carré, mei 2009
m'n hart een kamer vol van feestgedruis. M'n warme lijf, vervuld van jou, je huis, een schuilplaats tegen buiten, kil en kou. De vagebond, verweerd, gebleekt als hout, omgeven met de zilte geur van zout. De meeuw zo hoog, vrij cirk'lend, zonder band. De meeuw geraakt door pijlen van de tijd, gevolgd door schaduw van eens, voorgoed, voorbij. Ik zie en huil en val in eeuwigheid, gevolgd door schaduw van eens, voorgoed, voorbij. |
Terug
|