LIEFDESLIED

Carré, mei 2009

Ik wachtte trillend in de hal op jou,
m'n hart een kamer vol van feestgedruis.
M'n warme lijf, vervuld van jou, je huis,
een schuilplaats tegen buiten, kil en kou.

Je was de zwerver trekkend langs het strand.
De vagebond, verweerd, gebleekt als hout,
omgeven met de zilte geur van zout.
De meeuw zo hoog, vrij cirk'lend, zonder band.

Ik zie een oude man gebogen staan.
De meeuw geraakt door pijlen van de tijd,
gevolgd door schaduw van eens, voorgoed, voorbij.

En dan heel hoog, nog eenmaal cirk'lend gaan!
Ik zie en huil en val in eeuwigheid,
gevolgd door schaduw van eens, voorgoed, voorbij.

Willemijn Hoogeveen
Terug