DE SLAGER
ik droomde dat ik dichter was
mijn dichtkunst werd alom geprezen
ik werd verbazend veel gelezen
't was vooral ik, die mij veel las

ik droomde dat ik dichter was
maar geen idee hoe te beginnen
ik wist echt niets meer te verzinnen
een poet's block dat niet genas

ik had het dichten nooit geleerd
schreef ook alleen maar anapestisch
ik was zelfs lichtelijk dyslectisch
waarom werd ik gewaardeerd?

na ieder afgerond gedicht
begon de twijfel weer te knagen
ik las, herlas, nog vele dagen
ik zag het als een zware plicht

ik droomde dat ik dichter was
maar dat toch niet meer kon geloven
alleen maar flauwe, holle strofen
die niemand meer dan ik nog las

maar toen, het werd eindelijk lichter
ik badend in het zweet ontwaakte
mijn bed uitklom, dat zachtjes kraakte
de spiegel zei: 'jij bent geen dichter'

liet ik een zucht, ik was verlicht
ik was gewoon die slager weer
ik greep dus snel mijn ganzenveer
en schreef toen vlotjes dit gedicht

Jan van Eerd
Terug