RECHT VAN DE STERKSTE
Daarboven in de lichtblauwe lucht
kijkt mijn vlieger mij hooghartig aan
Kronkelend en tollend in haar vlucht
daagt ze mij uit met haar mee te gaan

Ze wenkt, draait en krult
wiebelt, lacht en brult

Gretig strak gespannen wacht zij af
of ik mij aan hemelgevrij waag
Tussen wollen wolken door linksaf
langs hagel, rechts bij de dondervlaag

Mij te hoog, te koud
Nee dus, voor geen goud

Boos, begint ze een vlijmscherpe duik
recht op mijn hart, ik spring opzij
Ik denk: let toch op je vlieggebruik!
Niemand, ook zij niet, heeft recht op mij.

Het was leuk, adios!
Ik laat haar lekker los.

Marjan Leunissen
Terug