MIJN DROOM, IK WAS EEN TAFEL
Mijn droom vannacht, ik was een tafelVerborgen voor nieuwsgierigen, voor vreemden. Een kind nog, stil, verlegen en verbaasd, Studerend op de voeten van ontheemden. Na schooltijd, even voor de kleintjes kwamen. Hoe was je Frans? En, kwam je samen uit met Rietje? Regende het straks, toch wel je poncho aan? Voor boterhammen, vier, een plakje koek. De fiets vast uit de schuur, grintpad, gestommel Ik bleef standvastig staan, verroeren kon ik niet. Keek hij op straat, bedachtzaam, observeerde. Men groette haastig naar wie aan mij zat, Zijn blik naar buiten, holle angst van binnen. De tijd waarin wij kwamen in hun huis, En toekomst voor hen beiden nog ging komen. Ik hoorde het aan, want dromen kon ik niet. Een tafel honderd jaren oud Daarvoor een boom, Afrika's aarde De wortels in de droge grond Mijn wezen warm mahoniehout. |
Terug
|