MIJN DROOM, IK WAS EEN TAFEL
Mijn droom vannacht, ik was een tafel
Een tafel honderd jaren oud
Daarvoor een boom, Afrika's aarde
De wortels in de droge grond:
Mijn wezen warm mahoniehout.

Ik zag een meisje zittend op mijn poot,
Verborgen voor nieuwsgierigen, voor vreemden.
Een kind nog, stil, verlegen en verbaasd,
Studerend op de voeten van ontheemden.

Ik wachtte met de thee, Nizzabiscuitje,
Na schooltijd, even voor de kleintjes kwamen.
Hoe was je Frans? En, kwam je samen uit met Rietje?
Regende het straks, toch wel je poncho aan?

's Morgens gedrieën, havermout en trommel
Voor boterhammen, vier, een plakje koek.
De fiets vast uit de schuur, grintpad, gestommel
Ik bleef standvastig staan, verroeren kon ik niet.

Koffie verkeerd, de handen op mijn ronde blad,
Keek hij op straat, bedachtzaam, observeerde.
Men groette haastig naar wie aan mij zat,
Zijn blik naar buiten, holle angst van binnen.

Zij spraken samen, hij over zijn dromen,
De tijd waarin wij kwamen in hun huis,
En toekomst voor hen beiden nog ging komen.
Ik hoorde het aan, want dromen kon ik niet.

Mijn droom vannacht, ik was een tafel
Een tafel honderd jaren oud
Daarvoor een boom, Afrika's aarde
De wortels in de droge grond
Mijn wezen warm mahoniehout.

Thea Postma
Terug