Mijn talrijke wervels zijn stram,
klanken van de fluit verlokken me
ik strek mijn lijf en kronkel
duizend-en-één-nacht verhalen

Mensen deinzen achteruit
op mijn gevaarlijke gesis
schrik op hun bleke gezichten, beschenen
door olielampen in de woestijnnacht

Ze zien niet mijn tandeloze bek
Onmachtig de fluitspeler
- door geldelijk gevlei verleid -
te vergiftigen met mijn trots

Langzaam vouw ik duizelig mij terug
in de te nauwe mand
deksel op mijn kop
Applaus.

Eline Heerdink
Terug